WAT ZOU JE DOEN ALS:
1. Ik zei tegen je dat ik je mag?
2. Ik je zoende?
3. Ik naast je woonde?
4. Ik iets had gestolen?
5. Ik was weglopen van thuis?
6. Ik zou zeggen dat ik je haatte?
PERSOONLIJKHEID:
7. Persoonlijkheid:
8. Ogen:
9. Gezicht:
10. Haar:
11. Kleren:
12: Manieren:
13. Familie:
ZOU JIJ:
14. Mijn vriend(in)zijn?
15. Liegen om me beter te laten voelen?
16. Verkering met me nemen?
17. Me wat geld lenen?
18. Mijn hand vast houden?
19. In contact blijven?
20. Proberen mijn problemen op te lossen?
21. Van me houden?
22. Met me uitgaan?